Blog

15 maart 2018

Passie voor de passie ~Suzanne van Berkum

Ik zal 16 of 17 geweest zijn, toen ik voor het eerst kennis maakte met de Johannes Passion. Niet doordat ik het op de radio hoorde (die stond bij ons namelijk nooit aan), ook niet omdat er een cd op stond (mijn vader, als chef-cd’s, is niet zo’n liefhebber van barok), maar omdat ik in een kerkje in een gehucht ergens op het Groningse platteland meespeelde met een uitvoering van ‘de Johannes’. Wat toen grote indruk op mij maakte, was het voor mij volkomen nieuwe verschijnsel van lange teksten die telkens tussendoor voorgedragen werden; wat natuurlijk inherent is aan de ‘Passies’.

Continuo
Voor de basso continuo-speler is zelden het spelen van de melodie weggelegd, maar daar staat tegenover dat we de basis, het motortje en de continue ondersteuning vormen voor al het mooie dat op die voortdurend doorgaande bas ‘drijft’. Ik vind heerlijk om in die muzikale rol te kruipen, en met de strijkers en het orgel één goed gemengd ‘continuo-blok’ te vormen. Natuurlijk is het ook leuk om af en toe ‘alleen’ met het orgel een aria te mogen begeleiden, doorgaans één waarbij de hobo’s de melodie spelen. Dat zijn voor mij als fagottist dan ook enerzijds de spannendste momenten, maar anderzijds ook de gelegenheden waarbij ik, binnen mijn rol als continuo-speler, de meeste muzikale vrijheid heb.

Intiem
De kleinschaligere Johannes Passion onderscheidt zich in mijn ogen van bijvoorbeeld de Matthäus Passion door zijn meer intieme karakter. De schoonheid van de aria’s en koralen, en daarmee van de passie in zijn geheel, doet echter geen moment onder voor die van de toch bekendere Matthäus. De Johannes is mijns inziens dan ook zeker een ‘must’ voor iedereen: zowel de barok-liefhebber als degene die bijna of helemaal geen ervaring heeft met de Passies